Het huidige geldsysteem is er de reden van dat ‘geld omhoog valt’. Elke keer als een bank geld creëert en de maatschappij de waarde daarvan accepteert, heeft de bank zich een deel van de totale welvaart kunnen toe-eigenen zonder daarvoor enige tegenprestatie te leveren. Dit soort geldcreatie zorgt automatisch voor ongewenste welvaartherverdeling.
Sinds de invoering van het systeem in zijn huidige vorm (Bretton Woods II) is de ongelijke verdeling van welvaart in een stroomversnelling gekomen. Naarmate de geldhoeveelheid op aarde groter werd, werd de inkomensongelijkheid op aarde dat ook. En het aandeel van mensen die leven in armoede ook. Steeds meer mensen worden relatief steeds armer. Het zal niet lang meer duren of ook uw kinderen horen tot die groep. Op dit moment verdient slechts één procent van de rijkste mensen al bijna een kwart van al het inkomen. Inkomensongelijkheid loopt gelijk op met de toename van de geldhoeveelheid op aarde. Die op zijn beurt weer ongeveer gelijk op loopt met de toename van de hoeveelheid schuld. Het is niet onlogisch te denken dat het geldsysteem daarom een belangrijke oorzaak is.
Voorstanders van het systeem zeggen dat het systeem ons welvaart heeft gegeven. Dat is onzin, welvaart ontstaat niet door het drukken van geld. Het systeem heeft ons geen welvaart gebracht, maar ongelijkheid en schuld. Onze welvaart verkregen we door de enorme toename in productiviteit in de 20e eeuw en de uitbundige beschikbaarheid van goedkope olie.



